Lectionarium

DAGELIJKS EVANGELIE
  • Vrijdag 7 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 3,7-14.
    Broeders en zusters, ge ziet het: de mensen van geloof, dat zijn de kinderen van Abraham. En daar de Schrift voorzag, dat God de heidenvolken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend. De mensen van geloof worden dus gezegend, samen met Abraham, de gelovige. Maar de mensen van de wetswerken liggen onder een vloek. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die zich niet metter­daad houdt aan alle voorschriften in het boek der wet, Trouwens, dat niemand door een wet bij God gerecht­vaar­digd wordt, is evident, want: Hij die door het geloof gerechtvaardigd is zal leven. Welnu, de wet heeft niet met geloven te maken, maar: Hij die deze dingen doet zal daardoor tot het leven komen. Christus heeft ons bevrijd van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt alwie hangt aan het hout, ‑ opdat in Jezus Christus de zegen van Abraham zou komen over de heidenvolken, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door middel van het geloof.
  • Vrijdag 7 Oktober : Psalmen 111(110),1-2.3-4.5-6.
    De Heer wil ik danken uit heel mijn hart, te midden der vromen, voor heel de gemeente. Geweldig is alles wat Hij verricht, de aandacht boeiend van elk die het nagaat. Mildheid en majesteit spreekt uit zijn daden, eeuwig blijft Hij rechtvaardig en trouw. Wonderen deed Hij om nooit te vergeten, minzaam en liefdevol toont zich te Heer. Voedsel geeft Hij aan die Hem vereren, altijd herinnert Hij zich zijn verbond. Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden en gaf hen het heidense land in bezit.
  • Vrijdag 7 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,15-26.
    Toen Jezus eens een duivel had uitgedreven zeiden enkelen: 'Door Beëlzebul, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit.' Anderen, om Hem op de proef te stellen, verlangen van Hem een teken uit de hemel. Maar Hij kende hun gedachten en sprak tot hen: 'Elk rijk dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woeste­nij, het ene huis valt op het andere. Als nu ook de satan met zichzelf in strijd is, hoe kan zijn rijk dan standhouden? Ge zegt immers, dat ik door Beelzebul de duivels uitdrijf. Als Ik door Beëlzebul de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn. Maar als ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het Rijk Gods tot u gekomen. Wanneer een sterke, welbewapend, zijn huis en hof bewaakt, is zijn bezit veilig. Komt er echter iemand die sterker is dan hij en die hem overwint, dan rooft deze zijn volle uitrusting, waarop hij zijn vertrouwen stelde, en verdeelt wat hij bezit als buit. Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen. Wanneer de onreine geest een mens verlaat, gaat hij rondzwerven in dorre streken op zoek naar rust. Vindt hij die niet, dan zegt hij: Ik keer terug naar mijn huis, dat ik verlaten heb. Bij zijn komst vind hij het schoonge­maakt en op orde. Dan gaat hij zeven andere geesten erbij halen, nog slechter dan hijzelf; ze trekken erin en gaan daar wonen. Het laatste is voor die mens nog erger dan het eerste.'
  • Vrijdag 7 Oktober : Diadochus van Photice
          Het licht van de ware kennis onderscheidt foutloos tussen goed en kwaad… Immers moeten zij die strijden onophoudelijk de kalmte van hun gedachten bewaren; zo zal de geest de ingevingen, die door haar heengaan, kunnen onderscheiden; en de geest zal, die gedachten die goed zijn en van God komen, laten bezinken in de schatkist van de herinnering, terwijl hij, die kwaad en des duivels zijn, zal verwerpen. Als de zee rustig is, dan nemen de vissers de bewegingen in de diepte op zo’n wijze waar, dat geen enkel wezen, dat er zijn weg gaat, hun ontgaat; maar wanneer de zee onrustig is door de winden, dan verbergt ze in haar donkere bewegingen wat ze graag toont in haar rust…       Alleen de heilige Geest kan de geest zuiveren, want als niet een sterkere binnengaat om de dief te ontmantelen, zal de buit niet teruggenomen kunnen worden. Het is dus nodig om met alle middelen, en speciaal met de vrede van de ziel, een onderkomen te geven aan de heilige Geest, om de lamp van de kennis steeds stralender te krijgen in ons. Want ze straalt zonder ophouden in de plooien van de ziel, niet alleen worden alle harde verdachtmakingen en duistere demonen zichtbaar, maar ook zullen ze aanzienlijk verzwakken, ze worden verijdeld door dat heilige en heerlijke licht. Daarom zegt de apostel Paulus: “Blus de Geest niet uit” (1Th 5,19).
  • Donderdag 6 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 3,1-5.
    Domme Galaten, wie heeft jullie behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk verkondigd als gekruisigd! Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt ge de Geest ontvangen door de wet te volbrengen of door gelovig te luisteren? Hoe kunt ge zo dom zijn! Ge zijt begonnen met de Geest, wilt ge nu eindigen met het vlees? Hebt ge zoveel meegemaakt voor niets? Dat kan ik niet aannemen. Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u wonderen werkt, doet Hij dat omdat ge de wet onderhoudt of omdat ge luistert en gelooft?
  • Donderdag 6 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,69-70.71-72.73-75.
    Een Redder heeft Hij voor verwekt in het geslacht van David, zijn dienaar, Zoals Hij reeds van oudsher had verklaard bij monde van zijn heilige profeten. Verlossing uit de macht van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten. Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn, zijn heilige verbond gestand doen; De eed aan onze vader Abraham gezworen ons eenmaal te verlenen: Om aan de greep van vijanden ontrukt Hem zonder vrees te dienen; In vroomheid en gerechtigheid al onze dagen voor zijn aanschijn.
  • Donderdag 6 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,5-13.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: 'Val me niet lastig, de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het je te geven? Ik zeg u: als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, wordt opengedaan. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.'
  • Donderdag 6 Oktober : Simeon de Nieuwe Theoloog
    Christus zei tot de wetgeleerden: "Wee u, wetgeleerden, u hebt de sleutel van de kennis gestolen; zelf bent u niet naar binnen gegaan en wie naar binnen wilden, hebt u het belet." (Lc 11, 52). Wat is de sleutel tot kennis anders dan de genade van de Heilige Geest, gegeven door het geloof, die door verlichting volledige kennis voortbrengt, en die ons gesloten en versluierd verstand opent? En ik zeg het nog eens: de deur is de Zoon: "Ik ben de deur," zegt Hij. De sleutel tot de deur is de heilige Geest: "Ontvang de heilige Geest", zegt Hij, "‘Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.” Het huis is de Vader: "Want in het huis van mijn Vader zijn vele woningen”. Let goed op de geestelijke betekenis van deze woorden. (...) Als de deur niet geopend wordt, komt niemand in het huis van de Vader, zoals Christus zegt: "Niemand komt tot de Vader dan door Mij". Welnu, dat de Heilige Geest de eerste is om ons verstand te openen en om ons te onderrichten wat de Vader en de Zoon aangaat, dat heeft Hij gezegd: "Wanneer de Geest van de waarheid komt, die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigen, en Hij zal u in alle waarheid leiden". U ziet hoe door de Geest, of liever in de Geest, de Vader en de Zoon zich onafscheidelijk kenbaar maken. (...) Inderdaad, als de Heilige Geest de sleutel wordt genoemd, dan is dat omdat door Hem en in Hem allereerst ons verstand wordt verlicht en, gezuiverd, wij worden verlicht met het licht van de kennis en van boven gedoopt, wedergeboren en tot kinderen van God gemaakt, zoals Paulus zegt: "De Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen", en opnieuw: "God heeft zijn Geest in onze harten gegeven, die uitroept: 'Abba, Vader'". Hij toont ons de deur, die licht is, en de deur leert ons dat Hij die in het huis woont, ook ongenaakbaar licht is. (Bijbelse referenties: Lc 11:52; Joh 10:7, 9; 20:22-23; 14:2; 10:3; 14:6; 15:26; 6:13; Rom 8:26; Gal 4:6)
  • Woensdag 5 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 2,1-2.7-14.
    Broeders en zusters, ik ben naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas, en ik nam ook Titus mee. God had te kennen gegeven, dat ik moest gaan. Ik legde hun - dat wil zeggen, de mannen van aanzien - in besloten vergadering het evangelie voor, dat ik onder de heidenen verkondig. Ik wilde er zeker van zijn, dat ik niet voor niets had gewerkt of zou werken. Zij, van hun kant, zagen in, dat aan mij het evangelie was toevertrouwd voor de heidenen, juist zoals aan Petrus het evangelie was toevertrouwd voor de joden. Want Hij, die Petrus gesterkt had voor het apostelschap onder de joden, had mij kracht gegeven om apostel te zijn bij de heidenvolken. Zij erkenden dus de mij geschonken genade en zij - dat wil zeggen Jakobus, Kefas en Johannes, die steunpilaren - reikten Barnabas en mij de hand als teken van gemeenschap: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de joden. Maar wij moesten wel hun armen blijven gedenken, wat ik dan ook van harte gedaan heb. Maar toen Kefas in Antiochië kwam, heb ik mij openlijk tegen hem verzet, want het ongelijk was duidelijk aan zijn kant. Eerst at hij gewoon met de heidenchristenen mee, maar toen sommige mensen van Jakobus gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en zich afzijdig te houden uit vrees voor de mannen van de besnijdenis. De andere joodse christenen deden aan dit spel mee; zelfs Barnabas liet zich door hun veinzerij meeslepen. Toen ik zag dat hun gedrag niet strookte met de waarheid van het evangelie, zei ik tegen Kefas waar allen bij waren: “Als jij, een geboren jood, leeft als een heiden en niet als een jood, met welk recht kun je dan de heidenen dwingen om te leven als joden?”

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org