St. Interparochiële Schola Cantorum Arnhem e.o.

Lectionarium

  • Woensdag, 20 Maart 2019 : Uit profeet Jeremia 18,18-20.
    Die het gemunt hadden op het leven van de profeet zeiden: 'Laten we iets tegen Jeremia ondernemen. Want het onderricht van onze priesters, de raad van onze wijzen, de verkondiging van onze profeten zullen allerminst verdwijnen. Kom, we brengen hem in opspraak, we schenken aan zijn woorden niet langer gehoor.” Heer, luister naar mij, hoor de plannen van mijn tegenstanders. Mag goed met kwaad worden vergolden? Een kuil hebben ze voor mij gegraven – en dat terwijl ik voor u stond om voor hen te pleiten, om uw toorn van hen af te wenden.
  • Woensdag, 20 Maart 2019 : Psalmen 31(30),5-6.14.15-16.
    Het net dat de mensen voor mij spannen, ontkom ik door U die mijn toevlucht bent. In uw hand leg ik mijn leven, Heer, trouwe God, U verlost mij. Ik hoor de mensen over mij fluisteren, van alle kanten dreigt gevaar. Ze steken de hoofden bijeen en smeden plannen om mij te doden Maar ik vertrouw op U, Heer, ik zeg: U bent mijn God, in uw hand liggen mijn lot en mijn leven, bevrijd mij uit de greep van mijn vijanden en vervolgers.
  • Woensdag, 20 Maart 2019 :
  • Woensdag, 20 Maart 2019 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 20,17-28.
    Toen Jezus van plan was naar Jeruzalem te gaan nam Hij de twaalf apart en onder­weg sprak hij tot hen: 'Wij gaan nu naar Jeruzalem, waar de Mensen­zoon aan de hogepries­ters en schriftgeleer­den zal worden overgeleverd. Zij zullen Hem ter dood veroordelen en aan de heidenen overleveren om Hem te bespotten, geselen en kruisigen, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.' Toen­dertijd trad de moeder van de zonen van Zebedeus samen met hen op Jezus toe en wierp zich voor zijn voeten om Hem iets te vragen. Hij sprak tot haar: 'Wat verlangt ge?' Zij antwoordde Hem: 'Laat deze twee jongens van mij in uw Koninkrijk zitten, een aan uw rechter ‑ en een aan uw linkerhand.' Maar Jezus antwoordde: 'Gij weet niet wat ge vraagt. Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken?' Zij zeiden hem: 'Ja, dat kunnen wij.' Hij sprak: 'Inder­daad, mijn beker zult gij drinken, maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter ‑ of linkerhand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie mijn Vader dit heeft bereid.' Toen de tien anderen dit hoorden, werden zij kwaad op de beide broers. Jezus echter riep hen bij zich en sprak: 'Gij weet, dat de heersers der volkeren hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, moet slaaf van u wezen, zo­als ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.'
  • Woensdag, 20 Maart 2019 : Commentaar Basilius van Seleucië
    Wil u het geloof van deze vrouw zien? Welnu, overweeg het moment van haar verzoek... Het kruis stond klaar, het Lijden was aanstaande, de vijandige menigte al ter plaatse. De Meester spreekt over zijn dood, de leerlingen maken zich zorgen: zelfs vóór zijn Lijden huiveren ze bij het louter noemen ervan; wat ze horen slaat hen met stomheid, totale verwarring neemt bezit van hen. Op dat moment maakt deze moeder zich los uit de groep der apostelen; ze vraagt om het Koninkrijk en eist een troon voor haar zonen. Wat zeg je daar, vrouw? Je hoort spreken over een kruis en je vraagt om een troon? Het gaat hier over het Lijden en jij verlangt het Koninkrijk? Je laat dus alle leerlingen over aan hun angst en hun bezorgdheid om gevaar. Maar dan: hoe komt het in je op, om deze waardigheid te eisen? Wat brengt jou ertoe om, bij wat zojuist gezegd en gedaan is, aan het Koninkrijk te denken?... Ik zie, zegt zij, het Lijden, maar ik voorzie ook de Opstanding. Ik zie het opgerichte kruis, maar neem ook de geopende hemel waar. Ik kijk naar de nagels, maar zie ook de troon… De Heer zelf heb ik horen zeggen: “Ook gij zult gezeten zijn op twaalf tronen” (Mat 19,28). Ik zie de toekomst, met de ogen van het geloof. Deze vrouw gaat, zo lijkt het mij, zo ver dat ze vooruit loopt op de woorden van de goede moordenaar. Hij, aan het kruis, zei dit gebed “Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.” (Luc 23,42). Nog voor de kruisiging heeft zij het Koninkrijk als voorwerp van haar smeekbede genomen… Welk een verlangen, zich verliezend in het zien van de toekomst! Wat de tijd verborgen hield, zag haar geloof.
  • Dinsdag, 19 Maart 2019 : Uit het 2e boek Samuël 7,4-5a.12-14a.16.
    In die dagen werd het woord van de Heer gericht tot de profeet Natan: ‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de Heer: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen? Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust, zal Ik de nazaat, die gij verwekt, hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden. Hij zal een huis bouwen ter ere van mijn Naam en Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden. Ik zal hem tot vader zijn en hij zal mijn zoon zijn. Als hij de verkeerde weg opgaat, zal Ik hem kastijden met slagen en striemen, even goed als andere mensen. Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd standhouden; uw troon staat vast voor eeuwig.”
  • Dinsdag, 19 Maart 2019 : Psalmen 89(88),2-3.4-5.27.29.
    Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht. Gij hebt gezegd; mijn gunst blijft eeuwig duren, de hemel is de grondslag van mijn trouw. Ik heb met David een verbond gesloten, mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd: Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig, in alle tijden blijft uw troon bestaan. Hij zal Mij aanroepen: Gij zijt mijn Vader, mijn God, de steenrots van mijn heil. Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade, voor immer blijft mijn bond met hem van kracht
  • Dinsdag, 19 Maart 2019 : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 4,13.16-18.22.
    Broeders en zusters, de belofte aan Abraham en zijn nakomelingen, dat zij de wereld zouden erven, steunt niet op de wet, maar op de gerechtigheid van het geloof. Daarom hangt het af van het geloof en dus van de genade, en is de belofte verzekerd voor heel het nage­slacht, niet alleen voor hen die de wet hebben ontvangen, maar voor allen die het geloof navolgen van ons aller vader Abraham. Van hem staat immers geschre­ven: Ik heb u vader gemaakt van vele volken. Hij is dit voor het aanschijn van God in wie hij heeft geloofd, die de doden levend maakt en wat niet bestaat in het aanzijn roept. Tegen alle hoop in heeft hij gehoopt, en geloofd dat hij vader zou worden van vele volken, gelijk hem gezegd was: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend.
  • Dinsdag, 19 Maart 2019 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 1,16.18-21.24a.
    Jakob was de vader van Jozef, de man van Maria, en uit haar werd geboren Jezus die Christus genoemd wordt. De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen zijn moeder Maria ver­loofd was met Jozef, bleek zij, voor­dat ze gingen samenwo­nen, zwanger van de heilige Geest. Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, dacht hij er over in stilte van haar te scheiden. Ter­wijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: 'Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.' Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org