Lectionarium
-
Dinsdag 11 Augustus : Uit de profeet Ezechiël 2,8-10.3,1-4.
Zo speekt de Heer: Gij Mensenkind, luister naar wat Ik u zeg, wees niet weerspannig zoals dit weerspannige volk, maar doe uw mond open en eet wat Ik u geef.' Ik keek op en zag een hand die zich naar mij uitstrekte en in die hand zag Ik een boekrol. Hij rolde ze voor mij af; ze was beschreven van binnen en van buiten; er stonden klaagliederen op, treurzangen en weeklachten. Hij zei tot mij: 'Mensenkind, eet wat u voorgehouden wordt, eet deze boekrol op en richt dan het woord tot het volk van Israël.' Toen opende ik mijn mond en Hij gaf me die boekrol te eten. Hij zei tot mij: 'Mensenkind, laat uw lichaam deze boekrol die Ik u geef opnemen en verzadig u ermee. Ik at dus de boekrol op: ze smaakte me zo zoet als honing. Hij zei tot mij: 'Mensenkind, begeef u naar het volk van Israël en breng hun mijn woorden over.
-
Dinsdag 11 Augustus : Psalmen 119(118),14.24.72.103.111.131.
Mijn vreugde vind ik in wat Gij verordent, dat is mijn rijkste bezit. Ik neem uw verordeningen ter harte, zij geven mij goede raad. De wet uit uw mond is mij meer waard dan schatten van zilver en goud. Hoe heerlijk smaken mij uw beloften Als honing zijn zij in mijn mond; Mijn erfdeel is altijd wat Gij verordent, dat is de vreugd van mijn hart; Mijn mond sper ik hijgend open Zo hunker ik naar uw geboden.
-
Dinsdag 11 Augustus : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 18,1-5.10.12-14.
In die tijd richtten de leerlingen tot Jezus met de vraag: 'Wie is nu wel de grootste in het Rijk der hemelen?' Hij riep een klein kind, zette het in hun midden en zei: 'Voorwaar, Ik zeg u: als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan. Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind is de grootste in het Rijk der hemelen. En wie in mijn Naam zulk een kind opneemt, neemt Mij op. Hoedt u er voor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is. Wat dunkt u? Wanneer een man honderd schapen heeft en een daarvan verdwaalt, zal hij dan niet de negenennegentig in de bergen alleen laten om op zoek te gaan naar het verdwaalde? En gelukt het hem dat te vinden, voorwaar Ik zeg u, dan zal hij over dat ene meer verheugd zijn dan over de negenennegentig die niet verdwaald waren. Zo ook wil uw hemelse Vader niet dan een van deze kleinen verloren gaat.
-
Dinsdag 11 Augustus : H. Jean-Marie Vianney
De goede God heeft ons niet nodig. Als Hij ons opdraagt te bidden, dan is dat omdat Hij ons geluk wil, en omdat ons ware geluk alleen bij Hem te vinden is. Wanneer Hij ons ziet naderen, buigt Hij zijn Hart liefdevol naar zijn kleine schepsel toe, zoals een vader zich vooroverbuigt om te luisteren naar zijn kind. ’s Morgens zouden wij moeten zijn als een kind in zijn wieg: zodra het de ogen opent, kijkt het meteen of het zijn moeder ziet... Er zijn twee grote middelen om ons met de Heer te verenigen en het heil te bereiken: het gebed en de sacramenten. Allen die heilig zijn geworden, hebben trouw geleefd uit de sacramenten en hebben hun ziel door het gebed tot God verheven.
-
Maandag 10 Augustus : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 9,6-10.
Broeders en zusters, bedenkt: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven. Hij die de zaaier zaad verschaft en voedsel om te eten, zal ook u zaaigoed verschaffen en het vermenigvuldigen en de oogst van uw milddadigheid doen gedijen.
-
Maandag 10 Augustus : Psalmen 112(111),1-2.5-6.7-8.9.
Gelukkig de mens die ontzag heeft voor de Heer die met liefde heeft voor zijn geboden. Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land, de oprechten worden gezegend. Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig, wie zijn zaken eerlijk behartigt. De rechtvaardige komt nooit ten val, men zal hem eeuwig gedenken. Voor een vals gerucht zal hij niet vrezen, hij is standvastig en vertrouwt op de Heer. Standvastig is zijn hart en zonder vrees. Aan het eind ziet hij zijn vijanden verslagen. Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.
-
Maandag 10 Augustus : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 12,24-26.
In die tijd zei Jezus: 'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort. Wie zijn leven bemint, verliest het, maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren. Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren.
-
Maandag 10 Augustus : H. Cyrillus van Alexandrië
Christus, de eersteling van de nieuwe schepping, heeft de dood overwonnen, is verrezen en opgegaan naar de Vader als een schitterende en heerlijke offergave, als de eersteling van de vernieuwde en onvergankelijke mensheid. Dit kan worden vergeleken met de schoof van de eerste graanhalmen die de Heer aan Israël opdroeg in de tempel aan te bieden (Lev. 23,9). Wat betekent dit beeld? De mensheid lijkt op een akker vol korenaren. Zij komen voort uit de aarde, groeien tot volle rijpheid en worden op hun tijd door de dood gemaaid. Daarom zei Christus tot zijn leerlingen: "Zeggen jullie niet: nog vier maanden en dan komt de oogst? Maar Ik zeg jullie: kijk naar de velden, ze zijn al rijp voor de oogst. De maaier ontvangt zijn loon en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven. " (Joh. 4,35-36) Ook Christus is onder ons geboren. Hij kwam voort uit de heilige Maagd zoals een korenaar uit de aarde opkomt. Soms noemt Hij zichzelf zelfs de graankorrel: « Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort. » Zo heeft Hij zichzelf voor ons aan de Vader aangeboden als een schoof, als de eersteling van de aarde. Maar een korenaar staat niet op zichzelf. Zij maakt deel uit van een schoof die uit vele aren bestaat. Zo is ook Christus één, maar tegelijk omvat Hij in zich alle gelovigen, verenigd in een geestelijke gemeenschap. Anders zou de apostel Paulus niet kunnen zeggen: « Met Hem heeft God ons opgewekt en ons met Hem een plaats gegeven in de hemel. » (Ef. 2,6) Omdat Christus één van ons is geworden, vormen wij met Hem één lichaam. Daarom bidt Hij tot de Vader: "Vader, zoals U en Ik één zijn, zo wil Ik dat ook zij één zijn in Ons." (vgl. Joh. 17,21) Zo is Christus de eersteling van de mensheid die bestemd is om eens verzameld te worden in de hemelse schuren.
-
Zondag 9 Augustus : Uit het 1e boek der Koningen 19,9a.11-13a.
In die dagen kwam de profeet Elia bij de berg Horeb, de berg van God. Daar ging hij een grot binnen en overnachtte daar. Nu werd het woord van de Heer tot hem gericht: Wat komt gij hier doen, Elia? Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg. Toen trok de Heer voorbij. Voor de Heer uit ging een zware storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm, die de bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gelaat met zijn mantel, ging naar buiten, en bleef staan aan de ingang van de grot.
Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"