Lectionarium

DAGELIJKS EVANGELIE
  • Zondag 29 Januari : Uit de profeet Sefanja) 2,3.3,12-13.
    Zoekt de Heer, gij allen, ootmoedigen van het land, die zijn geboden naleeft; zoekt de gerechtigheid, zoekt de ootmoed! Dan vindt gij misschien een schuilplaats op de dag van de toorn van de Heer. de vijand in het westen Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten dat in de naam van de Heer een toevlucht vindt. Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen, ze zullen geen leugens spreken, uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken. Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.
  • Zondag 29 Januari : Psalmen 146(145),7.8-9.10.
    De Heer doet altijd zijn woord gestand, verdrukten verschaft Hij recht. De Heer geeft brood aan wie honger heeft, gevangenen geeft Hij de vrijheid. De ogen van de blinden opent de Heer, gebrokenen richt Hij weer op. De Heer bemint de rechtvaardigen, de Heer beschermt de vreemdelingen. Wezen en weduwen steunt Hij, maar wie kwaad doen, richt Hij te gronde. De Heer is koning in eeuwigheid, uw God, Sion, heerst over alle geslachten.
  • Zondag 29 Januari : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 1,26-31.
    Broeders en zusters,, denkt aan uw eigen roeping. Naar menselij­ke maatstaf waren er niet velen geleerd, niet velen machtig, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren, om de wijzen te bescha­men; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitver­koren, om het sterke te beschamen; wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbedui­dend, heeft God uitverkoren; wat niets is om teniet te doen wat iets is, opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf. Dank zij Hem zijt gij in Christus Jezus, die van Godswege heel onze wijsheid is geworden, onze gerech­tig­heid, heiliging en verlossing. Daarom, zoals er geschreven staat, als iemand wil roemen laat hem roemen op de Heer.
  • Zondag 29 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 5,1-12.
    Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onder­richtte hen aldus: 'Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedi­gen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerech­tigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervin­den. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnent­wil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die voor u geleefd hebben.
  • Zondag 29 Januari : Z. Columba Marmion
                Wie zijn degenen die Onze Heer de armen van geest noemt (Mt 5,3)? Zij die geen eigenaar zijn van geest, hart of wil, maar die niets anders willen dan God. Elke dag leggen ze alles, hun oordeel, hun manier van kijken en hun wil, aan de voeten van Christus. Zij zeggen tegen Hem: "Ik wil niets van mezelf hebben; ik wil alleen bezitten wat van U komt; ik wil alleen doen wat U, als het Woord, van alle eeuwigheid voor mij hebt besloten: het goddelijke ideaal verwezenlijken dat in U over mij bestaat. (...)             Laten wij proberen door gebed en door steeds naar ons voorbeeld te kijken, ervoor te zorgen dat het bovennatuurlijke al onze beweegredenen levert, opdat de Naam van de Vader wordt geheiligd, zijn Koninkrijk kome en zijn wil geschiedde: dan zal ons hele leven werkelijk goddelijk zijn. Dan zal ook ons hele leven, dat terugkeert tot God, zijn geworden als een onophoudelijke lofprijzing, uiterst aangenaam voor onze hemelse Vader. Verlicht, geïnspireerd, bewogen door zijn Woord en Geest, zullen wij kunnen zeggen: "De Heer leidt mij" (vgl. Rom.8,14). En onmiddellijk zullen wij met de psalmist toevoegen: "Het zal mij aan niets ontbreken" (Ps 23:1).             Want de Vader, die in ons alleen ziet wat van Hem komt, van de genade van zijn Zoon, of van de inspiratie van zijn Geest, die ons ziet naar Zijn verlangen, in alles verenigd met zijn Zoon, omarmt ons met dezelfde zorgzaamheid die Hij heeft voor zijn eigen Zoon en vervult ons met de onuitputtelijke rijkdom van zijn Koninkrijk. Ons werk was om ons van onszelf te ontdoen en om ons door Christus tot God te laten leiden (...) Alle zegeningen waarmee de Zoon vervuld is, worden ons deel en ons erfdeel. God laat de zogenaamde rijkdom aan het Niets over van degenen die, in de overtuiging dat zij die bezitten en die in zichzelf rusten; maar Zijn oneindige barmhartigheid vult met gaven van boven de ellende van wie alleen op Hem hoopt (vgl. Lc.1,53).
  • Zaterdag 28 Januari : Uit de brief aan de Hebreeën 11,1-2.8-19.
    Broeders en zusters, wat is het geloof? Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen. Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij in bezit zou krijgen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen. Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten. omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd. Door haar geloof ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar was gebleven en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind te verwekken, en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan. Zo bracht één man, wiens kracht al gestorven was, zoveel nakomelingen voort als er sterren aan de hemel staan, ontelbaar als zandkorrels op het strand langs de zee. Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten. Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland. En daarmee bedoelden ze niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren, anders waren ze daarheen wel teruggekeerd. Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter vaderland: het hemelse. Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft Hij voor hen een stad gereedgemaakt. Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.
  • Zaterdag 28 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,68-70.71-72.73-75.
    Geprezen zij de Heer, de God van Israël, omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt. Een redder heeft Hij ons verwekt in het geslacht van David, zijn getrouwe. Zoals Hij reeds van oudsher had verklaard bij monde van zijn heilige profeten. Verlossing uit de macht van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten. Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn, zijn heilige verbond gestand doen; De eed aan onze vader Abraham gezworen ons eenmaal te verlenen: Om aan de greep van vijanden ontrukt Hem zonder vrees te dienen; In vroomheid en gerechtigheid al onze dagen voor zijn aanschijn.
  • Zaterdag 28 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,35-41.
    Op een zekere dag tegen het vallen van de avond sprak Jezus tot zijn leerlingen : 'Laten we oversteken.' Zij stuurden het volk weg en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat; andere boten begeleidden Hem. Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep. Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: 'Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?' Hij stond op, richtte zich met een dwin­gend woord tot de wind en sprak tot het water: 'Zwijg, stil!' De wind ging liggen en het werd volmaakt stil. Hij sprak tot hen: 'Waarom zijn ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?' Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar: 'Wie is hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?'
  • Zaterdag 28 Januari : H. Catharina van Siëna
                Wij moeten ons ontdoen van onszelf, ons bekleden met de gekruisigde Jezus, in de boot van het allerheiligste geloof klimmen en onbevreesd de stormachtige zee van de wereld bevaren. Want wie in deze boot zit, hoeft geen slaafse angst te hebben; zijn boot is voorzien van alle voorzieningen die de ziel kan verlangen. Wanneer de tegenwind ons komt aanvallen en ons verhindert onze verlangens onmiddellijk te bevredigen, moeten wij ons daarover geen zorgen maken, maar een levendig geloof hebben; want wij hebben genoeg te eten, en de boot is zo sterk dat de vreselijkste winden, door haar over de riffen te duwen, haar nooit kunnen breken.             Het is waar dat de boot vaak overspoeld zal worden door de golven van de zee, maar dat is niet zo om de moed te verliezen. Het is zo dat we onszelf beter leren kennen en een beter onderscheid kunnen maken tussen de rust en de storm. In de rust moeten we niet overmoedig zijn, maar met heilige vrees onze toevlucht nemen tot nederig en voortdurend gebed, en met vurig verlangen de eer van God en het heil van de zielen zoeken in deze boot van het Kruis. Daarom staat God toe dat de duivels, het vlees en de wereld ons vervolgen en bedekken met hun woeste golven.             Maar als de ziel in deze boot niet aan de oever blijft, maar zich in het midden plaatst, in de afgrond van de vurige liefde van de gekruisigde Jezus, dan zal zij er geen schade van ondervinden: integendeel, zij zal sterker worden, moediger om de pijnen, en de vermoeienissen en de onrechtvaardige verwijten van de wereld te dragen, omdat zij de hulp van de goddelijke Voorzienigheid zal hebben ervaren en geproefd. Ontdoe u daarom van eigenliefde en bekleed u met de leer van de gekruisigde Jezus. Ik smeek u, ik wil dat u in de boot van het Allerheiligste Kruis stapt en deze stormachtige zee oversteekt in het licht van een levend geloof.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org