Lectionarium

DAGELIJKS EVANGELIE
  • Dinsdag 12 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 16,22-34.
    In die dagen liep het volk van Filipi tegen Paulus en Silas te hoop, waarop de magistra­ten bevel gaven hun de kleren van het lijf te rukken en hen met roeden te geselen. Nadat men hun een flink aantal slagen had toege­diend, wierp men hen in de gevangenis en gaf opdracht aan de gevangenbewaarder ze streng te bewaken. Op dit nadrukkelijk bevel zette deze hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok. Rond middernacht waren Paulus en Silas in gebed en zongen Gods lof, terwijl de gevangenen naar hen luisteren. Plotseling kwam er een zo hevige schok, dat de gevangenis beefde op haar fundamenten. Meteen vlogen alle deuren open en sprongen de boeien van alle gevangenen los. De gevangenbe­waarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis open stonden, trok hij zijn zwaard en wilde zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep met luider stem: 'Doe uzelf geen kwaad, we zijn allen nog hier.' De man vroeg nu om licht, snelde naar binnen en viel sidde­rend Paulus en Silas te voet. Hij leidde hen naar buiten en zei: 'Heren, wat moet ik doen om goed te worden?' Zij antwoordden: 'Geloof in de Heer Jezus, dan zult gij en uw huis gered worden.' Daarop verkondigden zij het woord des Heren aan hem en al zijn huisgenoten. Nog in dit nachtelijk uur nam hij hen mee en waste hun wonden. Terstond daarna werd hij met al de zijnen gedoopt. Hij bracht ze naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor, verheugd omdat hij met heel zijn gezin nu in God geloofde.
  • Dinsdag 12 Mei : Psalmen 138(137),1-2a.2bc-3.7c-8.
    U wil ik prijzen, Heer, uit heel mijn hart omdat Gij naar mijn bidden hebt geluisterd. Ik zing voor U en alle hemelmachten en werp mij neer, gebogen naar uw heiligdom. U prijs ik om uw goedheid en trouw, want uw belofte hebt Gij mateloos vervuld. Wanneer ik tot U riep hebt Gij mij steeds verhoord, Gij hebt mij altijd nieuwe moed gegeven. Steeds is uw uitgestrekte hand mijn redding: de Heer voltooit voor mij al wat ik onderneem. Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde; vergeet het maaksel van uw handen niet.
  • Dinsdag 12 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 16,5-11.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft, en toch vraagt niemand van u Mij: Waar gaat Gij heen? Omdat ik u dit gezegd hebt, is uw hart vol droefheid. Toch zeg Ik u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden. Eenmaal gekomen zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, ge­rech­tigheid en oordeel is: van wat zonde is, omdat zij niet in Mij geloven; van wat gerechtigheid is, omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet; van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is.
  • Dinsdag 12 Mei : H. Catharina van Siëna
    Moed, mijn broeders [en zusters], laten wij ons niet terneerslaan, noch door begane zonde, noch door enige begoocheling of bekoring van de duivel. Hoe ruw en modderig de weg ook is, Christus, onze geneesheer, heeft ons een remedie gegeven voor al onze zwakheden: een doopsel van bloed en vuur, waarin de ziel al haar zonden zuivert en afwast, en alle bekoringen en illusies van de duivel verteert en vernietigt. (…) De mens, zolang hij leeft in de vergankelijke gevangenis van zijn lichaam, ervaart een verkeerde wet die hem voortdurend tot zonde aanzet en verleidt; de zachte goedheid van God heeft hem een blijvend geneesmiddel gegeven dat zijn verstand en zijn vrijheid versterkt. Dit voortdurende geneesmiddel is het vuur van de Heilige Geest, dat nooit dooft en steeds zijn genade en weldaden uitstort, zodat wij ons elke dag dit zoete doopsel kunnen toe-eigenen, dat ons uit genade en niet uit verdienste wordt gegeven. Wanneer de ziel dus in zichzelf deze schat en dit vuur van de Heilige Geest ziet en herkent, wordt zij zo vervuld van de liefde van haar Schepper dat zij zichzelf geheel prijsgeeft. (…) Zij ziet en beschouwt alleen haar eigen nietigheid en de goedheid van God jegens haar; zij ziet dat deze oneindige Goedheid niets anders wil dan haar welzijn, en dan wordt haar liefde tot God volmaakt. Zij heeft geen andere gedachte, geen andere genegenheid, en zij kan de drang van haar verlangen niet tegenhouden; maar zij snelt voort zonder last en zonder banden, want zij heeft zich bevrijd van alle hindernissen die haar konden tegenhouden.
  • Maandag 11 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 16,11-15.
    Wij - Paulus en Silas - voeren af van Troas en koersten eerst naar Samotrake, de volgende dag naar Neapolis en vandaar naar Filippi, een stad in het eerste district van Macedonië en een kolonie. In die stad bleven we enkele dagen. Op de sabbat begaven we ons buiten de poort naar de rivieroever, waar we dachten dat een bedehuis was. Wij zetten ons neer en spraken de vrouwen toe, die er bijeen­gekomen waren. Ook een zekere Lydia uit de stad Tyatira, die purperen stoffen verkocht ‑ zij was een godvrezende ‑, hoorde toe en de Heer maakte haar hart ontvankelijk voor wat door Paulus gezegd werd. Nadat zij en haar huisgenoten gedoopt waren, nodigde ze ons uit en zei: 'Als ge van oordeel zijt dat ik werkelijk in de Heer geloof, komt dan in mijn huis en neemt daar uw intrek.' En zij drong er bij ons sterk op aan.
  • Maandag 11 Mei : Psalmen 149(148),1-2.3-4.5-6a.9b.
    Zingt voor de Heer een nieuw gezang, zijn lof weerklinke te midden der zijnen Israël juiche zijn Schepper toe, Laat Sions zonen hun Koning begroeten. Looft zijn Naam in een heilige dans bespeelt voor Hem harp en citer. Want onze Heer, die zijn volk bemint, omkranst de verdrukten met zegekransen. Jubelt dus heiligen, om uw triomf, viert feest in uw legerplaatsen. Gaat met het lied van God in uw mond, een taak die zijn vromen tot eer strekt.
  • Maandag 11 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 15,26-27.16,1-4a.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Wanneer de Helper komt, die Ik u van de Vader zal zenden, de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat, zal Hij over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij Mij. Dit heb Ik u gezegd, opdat gij niet ten val komt. Zij zullen u uit de synagoge bannen. Ja, er komt een tijd dat ieder die u doodt, zal menen een daad van gods­verering te stellen. Zij zullen dat doen, omdat zij noch de Vader noch Mij erkend hebben. Dit heb Ik u gezegd, opdat wanneer de tijd hiervan aanbreekt, gij u zoudt herinneren dat Ik het u gezegd heb.
  • Maandag 11 Mei : H. Ireneus van Lyon
          Met de volgende woorden gaf de Heer aan zijn leerlingen de macht om mensen herboren te laten worden in God: "Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest" (Mt. 28,19). God had immers via de profeten beloofd deze heilige Geest in de jongste tijden uit te storten over slaven en slavinnen, opdat zij zouden profeteren (Jl 3,1)... Zo heeft de Heer aan de Samaritaanse vrouw het "levenswater" beloofd, opdat ze "nooit meer dorst zou hebben" en dat ze nooit meer met moeite water hoefde te putten, maar dat ze in zichzelf water heeft "dat opborrelt voor het eeuwige leven" (Joh 4,10-14). Het gaat over het vermogen om te drinken wat de Heer zelf van de Vader heeft ontvangen, en wat Hij op zijn beurt geeft aan hen die in Hem blijven, door de heilige Geest te sturen over de gehele aarde...       Gideon profeteerde dat de dauw zich over de hele aarde zou verspreiden, dit is de Geest van God (R 6,36-40)...De Geest van God is over de Heer neergedaald, `de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en ontzag voor de Heer, de Geest van vrees voor de Heer' (vgl. Jes. 11, 2-3). De Heer heeft de Geest op zijn beurt aan de Kerk gegeven. Vanuit de hemel vanwaar volgens de Heer ook "de duivel als een bliksemstraal is gevallen" (Lc. 10, 18), heeft Hij de Trooster over de hele aarde uitgezonden. Daarom is de dauw van God voor ons noodzakelijk, zodat wij niet verbranden en niet onvruchtbaar worden en ook dáár een Helper hebben waar wij een aanklager hebben.       Met die bedoeling heeft de Heer de mens, die aan Hem behoort, toevertrouwd aan de heilige Geest, de mens, die in de handen van rovers was gevallen (Lc 10,30), maar over wie Hij zelf zich ontfermd had en wiens wonden Hij verbonden had. Hij gaf hem twee koninklijke munten (v. 35), zodat wij die door de Geest het beeld en het opschrift (Lc 20,23) van de Vader en de Zoon hebben ontvangen, het muntstuk dat ons is toevertrouwd, rente laten opbrengen om het in veelvoud aan de Heer terug te betalen (cf Mt 25,14v).
  • Zondag 10 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 8,5-8.14-17.
    In die dagen kwam de diaken Filippus in de stad van Samaria en predikte daar de Messias. Filippus' woorden oogstten algemene instemming toen de mensen hoorden wat hij zei en de tekenen zagen die hij verrichtte. Uit vele bezetenen gingen de onreine geesten onder luid geschreeuw weg en vele lammen en kreupelen werden genezen. Daarover ontstond grote vreugde in die stad. Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen dat Samaria het woord Gods had aangenomen, vaardigden zij Petrus en Johannes naar hen af, die na hun aankomst een gebed over hen uitspra­ken, opdat zij de heilige Geest zouden ontvan­gen. Deze was namelijk nog over niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Zij legden hun dus de handen op en ze ontvingen de heilige Geest.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org