Lectionarium

DAGELIJKS EVANGELIE
  • Zaterdag 13 April : Uit de Handelingen der apostelen 6,1-7.
    In die dagen, toen het aantal leerlingen steeds toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: 'Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteu­ning. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden, terwijl wij onszelf blijven wijden aan het gebed en de bediening van het woord.' Dit voorstel vond instem­ming bij de gehele vergade­ring en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige geest, Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaus, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedra­gen, die na gebed hun de handen oplegden. Het woord Gods breidde zich uit en het aantal leerlingen in Jeruzalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters gaf zich gewonnen aan het geloof.
  • Zaterdag 13 April : Psalmen 33(32),1-2.4-5.18-19.
    Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp. Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid. Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen, dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden.
  • Zaterdag 13 April : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,16-21.
    Toen het avond werd, daalden de leerlingen van Jezus naar het meer af. Zij gingen scheep en zetten koers naar de overkant van het meer, in de richting van Kafarnaüm. Toen de duisternis reeds was ingevallen, was Jezus nog niet bij hen gekomen. Het meer werd woelig, want er stond veel wind. Na ongeveer vijfentwintig of dertig stadiën geroeid te hebben zagen zij Jezus te voet over het meer tot vlak bij de boot komen en zij werden bevreesd. Maar Jezus sprak tot hen: 'Ik ben het, weest niet bang.' Zij wilden Hem aan boord nemen, maar vlak daarop bereikte de boot de kust, waar­heen zij op weg waren.
  • Zaterdag 13 April : H. Petrus Chrysologus
          Christus is in een boot gestapt: was Hij het niet die de bedding van de zee drooglegde, na de wateren opzij te hebben geworpen, opdat het volk van Israël met droge voeten erdoor kon als door een vallei? (Ex 14,29) Was Hij het niet die de golven van de zee verstevigd heeft onder de voeten van Petrus, zodat het water voor zijn voeten een stevige en zekere weg vormde? (Mt 14,29)       Hij stapt in de boot. Om de zee van deze wereld over te steken tot aan het einde der tijden, stapt Christus in de boot van zijn Kerk, om hen die in Hem geloven te leiden naar het vaderland van de hemel met een vredige doorsteek, en om van hen die Hij verenigt in zijn mensheid, bewoners van zijn Koninkrijk te maken. Het is waar dat Christus geen boot nodig heeft, maar de boot heeft Christus nodig. Zonder deze stuurman uit de hemel zou de boot van de Kerk, die door de stromen heen en weer wordt bewogen, nooit in de haven aankomen.
  • Vrijdag 12 April : Uit de Handelingen der apostelen 5,34-42.
    In die dagen was er echter in het Sanhedrin een Farizeeër, Gamaliël, een wetgeleerde, die bij het gehele volk in aanzien stond. Deze liet de mannen een ogenblik naar buiten brengen. Daarop zei hij: 'Mannen van Israël, bedenkt wel wat gij met deze mannen gaat doen. Voor onze tijd immers trad Teudas op, die beweerde dat hij heel wat was en bij wie zich een groep aansloot van ongeveer vierhon­derd man. Hij werd gedood en allen die op hem vertrouwden, werden uiteenge­jaagd. Na hem, in de dagen van de volkstel­ling, trad Judas de Galileeër op en sleepte veel volk mee. Ook hij ging te gronde en allen die op hem vertrouwden, werden verstrooid. Wat ons geval betreft, zeg ik u: Bemoeit u niet met deze mensen, maar laat ze hun gang gaan. Gaat deze opzet of dit werk van mensen uit, dan zal het op niets uitlopen. Gaat het echter van God uit, dan zult gij hen niet uiteen kunnen slaan; anders zou misschien blijken dat gij tegen God in verzet zijt.' Zij lieten zich door hem overreen. Zij riepen de apostelen, lieten hen geselen, verboden hun te spreken in de naam van Jezus en stelden hen in vrijheid. Zij verlieten het Sanhedrin, verheugd dat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de Naam. Zij gingen door met dagelijks in de tempel en in de huizen onderricht te geven en de blijde Boodschap te verkondigen, dat Jezus de Messias is.
  • Vrijdag 12 April : Psalmen 27(26),1.4.13-14.
    De Heer is mijn licht en mijn leidsman, wie zou ik vrezen? De Heer is de schuts van mijn leven, voor wie zou ik bang zijn? Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang als ik leef. Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren, zijn tempel weer met eigen ogen mag zien. Ik reken er op nog tijds mijn leven, de weldaden van de Heer te ervaren. Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.
  • Vrijdag 12 April : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 6,1-15.
    In die dagen begaf Jezus zich naar de overkant van het meer van Galilea, bij Tiberias. Een grote menigte volgde Hem, omdat zij de tekenen zagen die Hij aan de zieken deed. Jezus ging de berg op en zette zich daar met zijn leerlin­gen neer. Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden. Toen Jezus zijn ogen opsloeg en zag dat er een grote menigte naar Hem toekwam, vroeg Hij aan Filippus: 'Hoe moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten?' ‑ Dit zeide Hij om hem op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen. ‑ Filippus antwoordde Hem: 'Wil ieder ook maar een klein stukje krijgen, dan is voor tweehonderd denarien brood nog te weinig.' Een van zijn leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, merkte op: 'Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen, maar wat betekent dat voor zo'n aantal?' Jezus echter zei: 'Laat de mensen gaan zitten.' Er was daar namelijk veel gras. Zij gingen dan zitten; het aantal mannen bedroeg ongeveer vijfduizend. Toen nam Jezus de broden en na het dankgebed gesproken te hebben, liet Hij ze uitdelen onder de mensen die daar zaten, alsmede de vissen, zoveel men maar wilde. Toen ze verzadigd waren zei Hij tot zijn leerlingen: 'Haalt nu de overgebleven brokken op om niets verloren te laten gaan.' Zij haalden ze op en vulden van de vijf gerstebroden twaalf manden met brokken, welke door de mensen na het eten overgelaten waren. Toen de mensen het teken zagen dat Hij gedaan had, zeiden ze: 'Dit is stellig de profeet die in de wereld moet komen.' Daar Jezus begreep, dat zij zich van Hem meester wilden maken om Hem mee te voeren en tot koning uit te roepen, trok Hij zich weer in het gebergte terug, geheel alleen.
  • Vrijdag 12 April : H. Augustinus
    Het heelal besturen is waarlijk een groter wonder dan vijfduizend mensen met vijf broden te verzadigen. Niemand verwondert zich er echter over, terwijl men in extase is over een minder belangrijk wonder, omdat dat buiten het alledaagse gaat. Wie, immers, voedt vandaag nog het heelal behalve Hij die, met enkele graankorrels, oogsten creëert? Christus heeft dus gedaan wat God heeft gedaan. Hij heeft gebruik gemaakt van zijn macht om de oogsten te vermenigvuldigen uit enkele graankorrels, en Hij heeft vijf broden in zijn handen vermenigvuldigd. Want de macht bevond zich in de handen van Christus, en deze vijf broden waren als zaden die de Schepper van de aarde zonder ze zelfs aan de aarde, toe te vertrouwen, vermenigvuldigde. Dat werk werd dus voor onze zintuigen geplaatst om onze geest op te heffen… Zo is het ons mogelijk om “de onzichtbare God te bewonderen door zijn zichtbare werken te beschouwen” (Rm 1, 20). Na ontwaakt te zijn voor het geloof en door haar gezuiverd te zijn, kunnen we zelfs wensen de Onzichtbare, die wij kennen door het zichtbare, te zien zonder de lichamelijke ogen. Jezus heeft immers dit wonder gedaan opdat Hij daardoor door hen wordt gezien die zich daar bevonden, en zij hebben het op schrift gezet opdat wij er kennis van nemen. Wat de ogen voor hen hebben gedaan, heeft het geloof voor ons gedaan. Evengoed erkennen wij in onze ziel wat onze ogen niet hebben kunnen zien en wij hebben een mooiere lofrede ontvangen, aangezien van ons werd gezegd: “Gelukkig degenen die zonder gezien te hebben, geloven“ (Joh 20,29).
  • Donderdag 11 April : Uit de Handelingen der apostelen 5,27-33.
    In die dagen namen de dienaren van de bevelhebber de apostelen mee en brachten hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon hen te ondervragen: 'Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden onder­richt te geven in die Naam? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Bovendien wilt gij ons het bloed van die man aanrekenen.' Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: 'Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen. De God van onze vaderen heeft Jezus ten leven gewekt, aan wie gij u vergrepen hebt door Hem aan het kruis te slaan. Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israel bekering en kwijtschel­ding van zonden te schenken. Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen.' Toen zij dit hoorden, ontsta­ken zij in woede en besloten hen te doden.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org