Lectionarium

DAGELIJKS EVANGELIE
  • Vrijdag 18 Juni : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 11,18.21b-30.
    Broeders en zusters, als zovelen zich laten voorstaan op wereldse voorrechten, mag ik het ook. Maar als anderen het durven nu - komt de dwaasheid aan het woord - waag ik het ook. Zijn zij Hebreeën? Ik ook. Zijn zij Israëlieten? Ik ook. Zijn zij kinderen van Abraham? Ik ook. Zijn zij dienaren van Christus? Het lijkt waanzin, ik nog meer! Ik heb harder gezwoegd, ik heb langer gevangen gezeten, ik had veel meer slagen te verduren en doodsge­varen zonder tal. vijfmaal kreeg ik van de Joden de veertig‑min‑één. Driemaal ben ik met stokken geslagen, eenmaal gestenigd. Driemaal heb ik schipbreuk geleden, eens een heel etmaal doorgebracht in volle zee. Altijd op reis, gevaren van rivieren en gevaren van rovers, gevaren van de kant van mijn eigen volk en van de heidenen, gevaren in steden en in de woestijn, gevaren op zee, gevaren te midden van valse broeders, met zwoegen en tobben, veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten, in koude en naaktheid. En afgezien van al het overige: dag in dag uit drukt mij de zorg voor al de gemeenten. Niemand is zwak of ik ben het ook. Niemand komt ten val of het grijpt me in de ziel. Als er toch geroemd moet worden, zal ik roemen op mijn zwakheid.
  • Vrijdag 18 Juni : Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.
    De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen. Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde. Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur. Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende.
  • Vrijdag 18 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 6,19-23.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Verzamelt u geen schatten op aarde, waar ze door mot en worm vergaan en waar dieven inbreken om te stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar ze niet door mot of worm vergaan en waar dieven niet inbreken om te stelen. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. De lamp van het lichaam is het oog. Wanneer dus uw oog helder is, zal heel uw lichaam verlicht zijn. Is echter uw oog slecht, dan is heel uw lichaam duister. Indien dus zelfs uw innerlijk licht duister is, hoe erg zal dan de duisternis zijn!
  • Vrijdag 18 Juni : Vaticaans Concilie II
    Op dit plechtig ogenblik, nu wij na vier jaar van gebed en arbeid uiteen gaan, richten wij, de vaders van het XXle Oecumenisch Concilie van de Katholieke Kerk, ons in het volle bewustzijn van onze zending jegens de mensheid met eerbied en vertrouwen tot hen die in hun handen het lot van de mensen op deze aarde houden, tot hen die de dragers zijn van het tijdelijk gezag. Wij verklaren plechtig: wij betuigen eer aan uw gezag en uw soevereiniteit; wij eerbiedigen uw ambt; wij erkennen uw rechtvaardige wetten; wij achten hen die ze maken en hen die ze uitvoeren. Maar wij hebben een heilig woord tot u te richten en wel dit: God alleen is groot. God alleen is het princiep en het doel. God alleen is de bron van uw gezag en het fundament van uw wetten. Het is uw taak op aarde de orde en de vrede onder de mensen te bevorderen. Maar vergeet niet: het is God, de levende en ware God, die de Vader der mensen is. En het is Christus, zijn eeuwige Zoon, die gekomen is om het ons te zeggen en ons te Ieren, dat wij allen broeders zijn (Mt 23,8). Hij is de grote bewerker van de orde en van de vrede op aarde, want Hij leidt de geschiedenis der mensheid en Hij alleen kan de harten buigen om zich af te wenden van de slechte hartstochten die oorlog en leed veroorzaken. Hij zegent het brood van de mensen, Hij heiligt hun arbeid en hun lijden. Hij verschaft hun vreugden die gij hun niet kunt geven en Hij schenkt hun moed in de smarten die gij niet kunt lenigen. In uw aardse en tijdelijke staat bouwt Hij op mysterieuze wijze zijn geestelijke en eeuwige staat op, zijn Kerk.
  • Donderdag 17 Juni : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 11,1-11.
    Broeders en zusters, als gij maar een weinig dwaasheid van mij zoudt willen verdragen! Maar dat wilt gij wel. Gij weet toch dat mijn naijver voor u de naijver van God zelf is. Met uw enige bruidegom Christus heb ik u verloofd om u als een onge­repte maagd tot Hem te voeren. Maar soms vrees ik dat gij u laat verleiden, zoals eertijds Eva door de sluwe slang werd bedrogen, en dat uw gedachten afdwalen van de trouw aan Christus. Als de eerste de beste een andere Jezus predikt dan wij gepredikt hebben, of u een andere geest of een ander evangelie brengt dan gij van ons hebt aanvaard, laat gij het u rustig aanleunen. Toch meen ik niet achter te staan bij die aartsapos­telen! Al ben ik dan onbedre­ven in het spreken, kennis der waarheid heb ik genoeg, zoals ik u allen op allerlei wijzen heb getoond. Of heb ik er verkeerd aan gedaan, dat ik om u te verhef­fen mijzelf vernederde? Was het een zonde u het evangelie van God om niet te verkondigen? Andere gemeenten heb ik gebrandschat en van hen onder­steuning aangenomen, om u van dienst te kunnen zijn. En toen ik bij u was en gebrek kreeg, ben ik niemand lastig gevallen. De broeders die uit Macedonie kwamen hebben in al mijn behoeften voorzien. In elk opzicht heb ik mij ervoor gewacht u tot last te zijn. En dat zal ook zo blijven. Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is: ik zal mij die roem niet laten ontnemen in heel het land van Achaia. Waarom? Omdat ik u niet liefheb? God weet wel beter.
  • Donderdag 17 Juni : Psalmen 111(110),1-2.3-4.7-8.
    De Heer wil ik danken uit heel mijn hart, te midden der vromen, voor heel de gemeente. Geweldig is alles wat Hij verricht, de aandacht boeiend van elk die het nagaat. Mildheid en majesteit spreekt uit zijn daden, eeuwig blijft Hij rechtvaardig en trouw. Wonderen deed Hij om nooit te vergeten, minzaam en liefdevol toont zich te Heer. Het werk van zijn handen is goed en betrouwbaar al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast. Het blijft door de eeuwen van kracht, het is doordacht en rechtvaardig.
  • Donderdag 17 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 6,7-15.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Als gij bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden, zoals de heidenen, want deze menen dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden. Volgt hun voorbeeld dus niet na, want voordat gij Hem vraagt, weet uw Vader wat gij nodig hebt. Gij moet daarom zo bidden: Onze Vader die in de hemel zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Rijk kome, Uw wil geschiede Op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring, maar behoed ons voor het kwaad. Want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar als gij niet vergeeft aan de mensen, zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.
  • Donderdag 17 Juni : H. Theresia van Avila
         "Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel". Goede Meester, wat is het heerlijk voor mij te bedenken dat U de vervulling van uw wil nooit aan mijn ellendige omzichtigheid liet! (...} In wat voor toestand zou ik mij bevinden Heer, indien het van mij zou afhangen of uw wil vervuld werd of niet. Vandaag vertrouw ik U in alle vrijheid de mijne toe, hoewel niet belangeloos, want na een lange ervaring is me bewezen hoe nuttig het is mijn wil geheel en al aan de Uwe te onderwerpen. O, mijn vriendinnen, wat een voordeel vinden wij erbij of welk een verlies, zo we ons niet houden aan de beloften die we de Heer doen in het Onze Vader!       Ik wil je dus waarschuwen en je in herinnering brengen wat zijn wil is. Vrees niet dat deze bestaat in het schenken van rijkdom, genot, eer noch al die dingen van hierbeneden. Hij heeft je lief. Hij waardeert te zeer wat je Hem geeft. Hij wil je met gulheid terugbetalen, vermits Hij je in dit leven reeds zijn Koninkrijk geeft. (...} Bemerk dus dochters, wat Hij gaf aan Hem die Hij het meest liefhad en je zult begrijpen waarin zijn wil bestaat. Dat zijn zijn gaven hier op aarde. Degenen die Hij minder liefheeft, geeft Hij minder in verhouding tot de moed die Hij in ieder van ons bemerkt en volgens de liefde die wij Zijne Majesteit toedragen. Hij ziet dat wie Hem veel bemint, veel kan lijden voor Hem. Wie weinig liefheeft kan dit weinig. Ik ben er innig van overtuigd dat onze krachten om een lichter en een zwaarder kruis te dragen zich afmeten aan onze liefde. (...}       Al mijn raadgevingen die je in dit boek zult vinden hebben als doel: ons geheel en al aan de Schepper geven, onze wil aan Hem overlaten en ons onthechten van de schepselen. Je moet nu reeds begrepen hebben dat dit belangrijk is. Ik dring er dus niet langer op aan. Ik zal alleen maar zeggen waarom onze goede Meester hier voornoemde woorden plaatst. Hij die weet wat wij allemaal te winnen hebben door ons aan de dienst van zijn eeuwige Vader toe te wijden. Zo bereiden wij ons voor om in korte tijd het doel van onze reis te bereiken en het levende water te drinken aan de bron die je kent. Want zo we onze wil niet totaalaan de Heer overgeven opdat Hij in ons zou handelen naar de zijne, zal Hij ons nooit toestaan er aan te drinken.
  • Woensdag 16 Juni : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 9,6-11.
    Broeders en zusters, bedenkt: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloe­dig oogsten. Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloe­dig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven. Hij die de zaaier zaad verschaft en voedsel om te eten, zal ook u zaaigoed verschaffen en het verme­nigvuldi­gen en de oogst van uw milddadigheid doen gedijen. Zo wordt gij in ieder opzicht verrijkt en kunt gij alle soort vrijgevigheid beoefenen. En deze is op haar beurt, door onze bemiddeling, oorzaak van dankbetuiging aan God.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org