Lectionarium

DAGELIJKS EVANGELIE
  • Dinsdag 18 Januari : Uit het 1e boek Samuël 16,1-13.
    In die dagen sprak de tot Samuël: ‘Hoe lang blijf je nog treuren om Saul, die ik als koning van Israël verworpen heb? Kom, vul je hoorn met olie en ga voor mij naar Isaï in Betlehem, want een van zijn zonen heb ik als koning uitgekozen.’ ‘Hoe kan ik dat nu doen?’ wierp Samuël tegen. ‘Saul zal me vermoorden als hij het hoort.’ De Heer antwoordde: ‘Neem een jonge koe mee en zeg dat je bent gekomen om de Heer een offer te brengen. Nodig Isaï uit voor het offermaal, dan zal ik je laten weten wat je doen moet. Wie ik je aanwijs, die moet je voor mij zalven.’ Samuël deed wat de Heer had gezegd. Toen hij in Betlehem aankwam, kwamen de oudsten van de stad hem ongerust tegemoet en vroegen: ‘Uw komst is toch geen slecht teken?’ ‘Wees gerust,’ antwoordde Samuël. ‘Ik ben gekomen om de Heer een offer te brengen. Reinig u en neem met mij deel aan het offermaal.’ Ook Isaï en zijn zonen nodigde hij uit, en aan hen voltrok hij persoonlijk de reiniging. Bij hun aankomst viel zijn oog meteen op Eliab, en hij zei bij zichzelf: Hij die daar klaarstaat is vast en zeker degene die de Heer wil zalven. Maar de Heer zei tegen Samuël: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart.’ Toen riep Isaï Abinadab en stelde hem aan Samuël voor, maar die zei: ‘Ook hem heeft de Heer niet gekozen.’ Isaï stelde Samma voor, maar weer zei Samuël: ‘Ook hem heeft de Heer niet gekozen.’ Zo stelde Isaï zijn zeven zonen aan Samuël voor, maar telkens zei Samuël dat dit niet degene was die de Heer gekozen had. ‘Zijn dit alle zonen die u heeft?’ vroeg hij. ‘Nee,’ antwoordde Isaï, ‘de jongste is er niet bij, die hoedt de schapen en de geiten.’ Toen zei Samuël tegen Isaï: ‘Laat hem hier komen. We beginnen niet aan de maaltijd voordat hij er is.’ Isaï liet hem halen. Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. En de Heer zei: ‘Hem moet je zalven. Hij is het.’ Samuël nam de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. Van toen af aan was David doordrongen van de geest van de Heer. Daarna vertrok Samuël weer naar Rama.
  • Dinsdag 18 Januari : Psalmen 89(88),20.21-22.27-28.
    Eertijds zijt Gij aan uw profeet verschenen, en hebt Gij uw besluit geopenbaard: Een sterke man heb Ik de troon geschonken, een uitverkorene genomen uit het volk. Mijn dienaar David heb Ik opgezocht en hem gezalfd met mijn gewijde olie; Als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen en dat mijn arm hem kracht verlenen zal. Hij zal Mij aanroepen: Gij zijt mijn Vader, mijn God, de steenrots van mijn heil. Ik wijs hem aan als eerstgeborene, als hoogste van koningen der aarde.
  • Dinsdag 18 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 2,23-28.
    Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden en zijn leerlingen begonnen onder het gaan aren te plukken. De Farizee­ën zeiden tot Hem: 'Waarom doen ze op sabbat iets wat niet geoorloofd is?' Hij gaf hun ten ant­woord: 'Hebt gij nooit gelezen wat David deed, toen hij gebrek had en hij en zijn metgezellen honger kregen? Hoe hij onder de hogepriester Abjatar het huis van God binnenging en van de toonbroden at, die alleen de priesters mogen eten, en hoe hij er ook van gaf aan zijn metgezellen?' En Hij voegde er aan toe: 'De sabbat is gemaakt om de mens, maar niet de mens om de sabbat. De Mensenzoon is dus Heer ook van de sabbat.'
  • Dinsdag 18 Januari : Balduïnus van Ford
    De werkelijke zaligspreking is de heilige rust en de heilige vervulling, waarvan de sabbat en het manna de symbolen zijn. Na aan zijn volk rust en vervulling gegeven te hebben, welke door de ware zaligspreking uitgedrukt wordt, en die Hij zal geven aan hen die Hem gehoorzamen, verwijt de Heer hem, die de meest verlangde goede verloren laat gaan, zijn ongehoorzaamheid: "Hoelang nog zult u weigeren om u aan mijn geboden en mijn Wet te houden?" (Ex 16,28) (...) Na deze ondervraging van de Heer, nodigt Mozes zijn broeders en zusters uit om de weldaden van de Heer te beschouwen: "Let op dat de Heer u de sabbat heeft gegeven, en een dubbel gedeelte manna op de zesde dag, opdat u ermee instemt om Hem te dienen". Deze waarschuwing betekent dat God de rust van het werk zal geven aan zijn uitverkorenen en de vertroostingen van het huidige leven als ook van het toekomstige leven. Maar bovendien, twee levens die ons in deze passage worden voorgesteld: het actieve leven, waarin men nu moet werken, en het contemplatieve leven waar men voor werkt, en waarin men zich alleen bezig houdt met de contemplatie van God. Het contemplatieve leven moet voortaan vanaf dit leven al vertegenwoordigd worden door de heilige sabbatrust. Wat betreft die rust, voegt Mozes er aan toe: "Dat een ieder thuis blijft; niemand moet op de sabbatdag uitgaan". Anders gezegd: Dat iedereen in zijn huis uitrust en dit voor geen enkel werk verlaat op deze sabbatdag. Dat leert ons dat we gedurende de tijd van contemplatie bij onszelf moeten blijven en niet uitgaan naar verboden verlangens, maar onze gehele intentie moeten verzamelen "door de zuiverheid van hart" [zoals de heilige Benedictus zegt], om te denken aan God en slechts Hem lief te hebben.
  • Maandag 17 Januari : Uit het 1e boek Samuël 15,16-23.
    In die dagen zei Samuël tegen Saul. ‘Laat me u vertellen wat de Heer mij vannacht gezegd heeft.’ ‘Zoals u wilt,’ zei Saul, en Samuël zei: ‘U mag dan in uw eigen ogen onbelangrijk zijn, toch staat u aan het hoofd van de stammen van Israël, nietwaar? De Heer heeft u gezalfd tot koning van Israël, en de Heer heeft u erop uitgestuurd met de opdracht om de Amalekieten, die zondaars, te vernietigen en ze te bestrijden tot ze volledig waren uitgeroeid. Waarom hebt u niet geluisterd naar wat de Heer u heeft gezegd? Waarom hebt u zich op de buit gestort en iets gedaan dat slecht is in de ogen van de Heer?’ ‘Maar ik heb toch geluisterd naar wat de Heer gezegd heeft!’ wierp Saul tegen. ‘Ik ben er toch op uitgetrokken zoals de Heer me heeft opgedragen! Koning Agag heb ik gevangengenomen en de rest van de Amalekieten heb ik gedood. En de soldaten hebben de beste van de buitgemaakte schapen, geiten en runderen voor vernietiging gespaard om ze in Gilgal te offeren aan de Heer, uw God.’ Daarop zei Samuël: ‘Schept de Heer meer behagen in offers dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de Heer verworpen; daarom verwerpt hij u als koning!’
  • Maandag 17 Januari : Psalmen 50(49),8-9.16bc-17.21.23.
    Ik maak u over offers geen verwijt: uw offerdieren zie Ik aldoor branden. Ik wil geen stier meer hebben uit uw huizen en rammen uit uw schaapskooi vraag Ik niet. Wat spreekt gij aldoor over mijn geboden en hebt ge mijn verbond steeds op de tong? Gij die van tucht een afkeer hebt en nimmer acht slaat op mijn woorden. Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet? Of meent ge soms dat ik aan u gelijk ben? Ik klaag u aan, Ik leg u alles voor. Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk, wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.
  • Maandag 17 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 2,18-22.
    Toen de leerlingen van Johannes en de Farizeeën eens een vasten­dag hielden, kwam men Jezus vragen: 'Waarom vasten de leerlingen van Johannes en die van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?' Jezus sprak tot hen: 'Kunnen dan de vrienden van de bruidegom vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom in hun midden hebben, kunnen ze niet vasten. Er zullen echter dagen komen dat de bruide­gom van hen is weggeno­men en dan, in die tijd, zullen ze vasten. Niemand naait een verstellap van ongekrompen stof op een oud kleed. Anders trekt het ingezette stuk eraan, het nieuwe aan het oude, en de scheur wordt nog groter. En niemand doet jonge wijn in oude zakken, anders doet de wijn de zakken bersten en de wijn gaat verloren met de zakken. Neen, jonge wijn in nieuwe zakken.'
  • Maandag 17 Januari : Origines
               Wil je dat ik je laat zien wat voor soort vasten je moet doen? Vasten van alle zonde, neem geen voedsel van slechtheid in je, aanvaard geen voedsel van wellust, en drink geen wijn van lust. Vasten van slechte daden, zich onthouden van slechte woorden, en waken voor slechte gedachten. Raak het gestolen brood van de dwaalleer niet aan. Begeer de bedrieglijke spijzen van de wijsbegeerte niet, die u van de waarheid afleiden. Zulk vasten is God welgevallig. (...)             Wij zeggen dit echter niet om de teugel van de christelijke onthouding te verslappen. Want de vastendagen zijn gewijd aan het vasten, de vierde en zesde dag van de week vasten wij volgens gebruik. En het staat de christen vrij te vasten op elk moment, niet uit vrees voor de naleving ervan, maar uit de deugd van de volharding.             Want hoe kan de kuisheid in stand worden gehouden als zij niet wordt ondersteund door de meest rigoureuze ondersteuning van onthouding? Hoe kan men zich wijden aan de Schriften, hoe kan men zich wijden aan kennis en wijsheid? Is het niet door controle van de buik en de slokdarm? (...) Dit is een reden voor christenen om te vasten. Er is nog een andere reden, die eveneens religieus is, waarvan de lof zelfs wordt verkondigd in de geschriften van sommige apostelen. In een brief vinden wij deze woorden van de apostelen: "Zalig hij die ook vast om de armen te voeden.” Zijn vasten is God zeer welgevallig en inderdaad zeer waardig, want hij volgt Hem na die zijn leven gaf voor zijn broeders.
  • Zondag 16 Januari : Uit profeet Jesaja 62,1-5.
    Omwille van Sion mag ik niet zwijgen, ter wille van Jeruzalem mij niet stilhouden. Want de zon zal haar gerechtigheid stralen, haar heil branden als een fakkel. De volkeren zullen uw gerechtigheid aanschouwen, alle koningen uw glorie zien en men zal u een nieuwe naam geven, een nam door de Heer bedacht. In de hand van de Heer zult gij een flonkerende kroon zijn, in de hand van uw God een koninklijk diadeem. Gij zult niet meer heten: 'Woestenij'; maar gij zult heten: 'Mijn Welbehagen' en uw land 'Gehuwde'; want in u heeft de Heer zijn behagen gesteld en uw land wordt Hem ten huwelijk gegeven. Zoals een jonge zijn meisje trouwt, zal Hij, die u opbouwt, u trouwen; en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid, zal uw Tod zich verheugen in u.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org