St. Interparochiële Schola Cantorum Arnhem e.o.

De situatie in de Nederlandse kerkprovincie halverwege de jaren zestig van de twintigste eeuw

Het tweede Vaticaans Concilie was op acht december 1965 afgesloten en in kerkelijke kring in Nederland heerste bij velen de gedachte dat alles anders moest. Het aggiornamento, het bij de tijd brengen van de Kerk, ging voor hen niet ver genoeg. Er was sprake van forse tegenstellingen binnen de Kerk, zich uitend in polarisatie tussen progressieve en conservatieve groeperingen. Aan de meest vergaande kant van de progressieve groep vond men dat alles anders moest terwijl de tegenovergestelde groep aan de behoudende kant nagenoeg alles afwees wat het concilie had gebracht.

 Naast vernieuwingen op theologisch gebied, waaronder het terug grijpen op de oorspronkelijke bronnen van het geloof, zowel de Bijbel als de geschriften van de Kerkvaders, was de liturgie door de concilievaders ingrijpend gewijzigd. De actieve betrokkenheid van de kerkgangers zou worden vergroot, de geloofsbeleving versterkt. Er zouden meer vrijheden komen evenals hernieuwd elan. Het stof moest uit de Kerk, versobering, meer betrokkenheid, de ramen los, frisse lucht er in en openheid alom, waren veelgehoorde en algemene kreten. Men maakte zich in de Kerk in Nederland, overigens net als in de maatschappij, los van de gebaande wegen en de gevestigde orde.

In de praktijk van alle dag betekende dit dat het Latijn vrijwel uit de liturgie werd verbannen evenals het Gregoriaans. Dit ondanks het feit dat Vaticanum II het Latijn als de universele taal van de Kerk had bevestigd. De volkstaal werd ingevoerd. De beatmis, een spektakel van harde klanken met terloops ook nog enkele gebeden waar tussendoor de consecratie van Brood en Wijn en uitdelen van de heilige Communie aan ieder die wilde, deed massaal zijn intrede. Men hoopte jongeren te interesseren voor Kerk en geloof. En dat lukte enige tijd ook. Drumstellen en piano`s werden de kerken binnen gedragen. Oorverdovende klanken dreunden door de gewelven. Veel mensen namen de gelegenheid te baat om de Kerk in zijn geheel de rug toe te keren. Een toenemend aantal priesters verliet het ambt, ieder om zijn eigen reden.

Dit was niet de bedoeling geweest van de concilievaders. Maar het leek of de geest in de Nederlandse kerkprovincie geheel uit de fles was.