Beste mensen,

Vandaag vieren we het 11e lustrum van onze Schola Cantorum.

Toen we in de zomer van 1966 bijeen kwamen in de kantine van de Aartsdiocesane Boeren en Tuindersbond hadden we geen idee dat het toen opgerichte koor wel 55 jaar zou bestaan. We wilden ons toeleggen op het in stand houden van de Gregoriaanse zang. Immers in de parochies had men Latijnse H. Missen afgeschaft. Op de derde zondag van de Advent in 1966 hebben we voor de eerste keer een Latijnse H. Mis gezongen volgens de nieuwe Ordo. Nu, ruim vijfenvijftig jaar later, bestaat het koor nog steeds en hopelijk komen daar nog de nodige jaren bij. Van de toenmalige zangers zijn er nog maar een paar over. De dirigent is nog altijd dezelfde: Jan Boogaarts en hij heeft niets van zijn toenmalig streven naar perfectie verloren.

Voor een H. Mis heb je nodig:

1e Een kerk of kapel. Dat was soms lastig, want we waren niet overal welkom. Maar toch hebben we jarenlang gezongen in de Sint Eusebiuskerk, de Sint Walburgiskerk, de kapel van Insula Dei, de Christus Koning kapel en de Onze Lieve Vrouwe Visitatiekerk.

2e Een priester en misdienaars: Dat waren er in de loop van de tijd meerdere. Ik wil niemand tekort doen, maar toch wil ik noemen: pastoor Rondema, pater Schrijner, pater Van Dijk, pater Lampe, pater Vervooren en nu pastor Geelen. Zij kenmerkten zich door hun vaak magistrale wijze van het opdragen van de Liturgie. Wat de misdienaars betreft: dat zijn er ook meerderen geweest. Maar één wil ik toch apart noemen, zonder de anderen tekort te doen. Hij houdt het al van kleins af aan vol: Berry van Brakel. Zonder hem zouden we zelf veel te regelen hebben, zowel voor als na de H. Mis. Zeer veel lof en vooral dankbaarheid daarvoor.

3e Mensen die het organiseren: De heer Cornelese, de heer Timmermans, de heer Van der Ven. Zij zorgden voor de benodigde financiële middelen. Inmiddels zingen we in en voor de parochie Sint Eusebius, afwisselend in de Sint Martinuskerk en de O.L.V.v. kerk. Financieel zijn we onafhankelijk sinds we van het koor een stichting hebben gemaakt.

4e Zangers: Dat waren er velen in de loop der tijd. De meesten van het begin zijn overleden in die vijfenvijftig jaar, maar er zijn er nog twee over.

5e Heel belangrijk: Een deskundige dirigent. Dat is al die jaren Jan Boogaarts. Hij is de grote kracht achter het koor, vanaf de oprichting (tot aan zijn overlijden op Kerstmis 2023). Zingen onder de directie van Jan is soms niet zo gemakkelijk. Hij stelt hoge eisen en is niet aflatend in zijn commentaar: Alweer de eerste noot van een vergrote salicus-groep verlengd, alweer niet de goede uitspraak van het Latijn. Alweer een ritenuto gemaakt aan het einde van een gezang en zo nog veel meer. En ging het per ongeluk een keer goed, dan hadden we niet volgens de Pythagoreïsche stemming gezongen met de reine kwint. Als er een prijs voor hardnekkig fouten maken had bestaan, dan had ons koor die glansrijk gewonnen. Na vijfenvijftig jaar worden nog altijd dezelfde misstappen gemaakt. Jan wordt daar wel eens moedeloos van, maar hij geeft nooit op.

Is de zang dan in het geheel niet verbeterd? Zeker wel, want de opmerkingen van Jan leiden altijd tot een beter resultaat hoewel ze soms maar vijf minuten werden onthouden, terwijl hij toch altijd vroeg om ze minstens een half uur te onthouden. Was het dan alleen maar kommer en kwel? Zeker niet, want de reacties van de kerkgangers waren altijd zeer positief. Men waardeerde de zang in hoge mate, getuige de vele bedankjes die we vaak te horen kregen na de H. Mis. Al met al mag het bijna een wonder heten dat het koor nog steeds bestaat. Jarenlang zonder steun van de parochies. Inmiddels is het tij gekeerd en worden we in de parochies verwelkomd. Dat geeft hoop voor de toekomst. Al zijn in de loop der jaren de bezoekersaantallen sterk gedaald, goede en mooie Liturgie zal altijd mensen blijven trekken. Ik wens het koor nog een lange en goede toekomst toe, hopelijk nog enkele jaren onder de bezielende leiding van Jan Boogaarts.

Arnhem, voorjaar 2022

Marius van den Brul